Onrechtmatige bedingen: waar trekt de wet de rode lijn in uw algemene voorwaarden?
Welke clausules in algemene voorwaarden zijn nog geldig in B2B en B2C? Stefanie Claeys en Larissa Blondeel lichten de grootste valkuilen rond onrechtmatige bedingen toe.
Onrechtmatige bedingen: waar trekt de wet de rode lijn in uw algemene voorwaarden?
Een standaardclausule onderaan uw offerte of bestelbon? Daar kijkt de wetgever vandaag een stuk kritischer naar dan vroeger. Met wie u contracteert, speelt daarbij een belangrijke rol, want wat in een B2B-relatie nog mogelijk is, kan B2C absoluut verboden zijn. Welke clausules kunnen vandaag nog wel, welke niet meer? En waar zitten de grootste valkuilen in uw algemene voorwaarden, ook sinds de invoering van de B2B-wet van 4 april 2019? Advocaten Larissa Blondeel en Stefanie Claeys gidsen u aan de hand van concrete voorbeelden door het kader rond onrechtmatige bedingen.
Wat is een onrechtmatig beding?
Artikel I.8, 22° Wetboek Economisch Recht (WER) definieert een onrechtmatig beding als een clausule die, alleen of samen met andere contractuele bepalingen, een kennelijk onevenwicht creëert tussen de rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument.
Bij die beoordeling kijkt men niet alleen naar de clausule op zich, maar naar de volledige context van de overeenkomst: de aard van de producten of diensten, de andere contractuele bepalingen en de omstandigheden waarin het contract werd gesloten.
Artikel VI.83 WER (B2C) en artikelen VI.91/4 en VI.91/5 WER (B2B) bevatten een uitgebreide lijst van clausules die verboden zijn of vermoed worden onrechtmatig te zijn. Hieronder lichten we enkele herkenbare voorbeelden toe, zowel ten aanzien van consumenten als ondernemingen.
Contracten met consumenten: een streng beschermingskader
Wie contracteert met consumenten, begeeft zich juridisch op een bijzonder strikt speelveld. Artikel VI.83 WER bevat daarbij een zogenaamde 'zwarte lijst' van clausules die sowieso verboden zijn.
De consument wordt juridisch beschouwd als de zwakkere partij, waardoor algemene voorwaarden in B2C-context veel sneller als onrechtmatig beoordeeld worden.
Drie herkenbare voorbeelden van onrechtmatige bedingen uit de uitgebreide B2C-zwarte lijst:
"De consument niet toe te staan bij overmacht de overeenkomst te ontbinden, tenzij tegen betaling van een schadevergoeding."
Een consument mag bij overmacht niet financieel worden gestraft voor het beëindigen van een overeenkomst. Zo’n clausule is expliciet verboden op grond van Artikel VI.83, 12° WER.
“De onderneming behoudt zich het recht voor de leveringstermijn op elk moment eenzijdig aan te passen."
Dit is een verboden clausule: zodra een leveringstermijn wordt meegedeeld, is die bindend. Anders is er sprake van een te groot onevenwicht en verliest de consument elke zekerheid over de uitvoering van de overeenkomst.
“Alle geschillen vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de rechtbanken van de maatschappelijke zetel van de verkoper.”
Zoals u eerder kon lezen, behoudt een consument altijd het recht om te procederen voor de rechtbank van zijn woonplaats. Een clausule die dat recht beperkt, is nietig.
Clausules die B2B perfect gangbaar lijken, botsen in consumentenrelaties vaak op dwingende wetgeving. Algemene voorwaarden zomaar kopiëren van B2B naar B2C is dus zelden een goed idee.
Opgelet: uw schadebeding bij laattijdige betaling is niet altijd afdwingbaar
Stel: een decoratiewinkel verstuurt een factuur van € 300 aan een consument. De betaling blijft uit. Volgens de algemene voorwaarden is de klant bij laattijdige betaling automatisch interesten en een forfaitaire schadevergoeding verschuldigd. Alleen: sinds de invoering van Boek XIX WER op 1 september 2023 is die werkwijze niet langer juridisch waterdicht.
Voor een onderneming interesten of een schadebeding mag aanrekenen, moet zij eerst een kosteloze herinnering sturen. Daarna krijgt de consument 14 dagen om te betalen. Pas nadien kunnen bijkomende kosten worden gevorderd.
Bovendien legt de wet plafonds op voor interesten en forfaitaire schadevergoedingen. Een schadebeding dat verder gaat dan die wettelijke grenzen, wordt als niet geschreven beschouwd, zelfs wanneer het letterlijk in de algemene voorwaarden staat.
B2B: meer vrijheid, maar met duidelijke grenzen
Tussen ondernemingen blijft contractvrijheid een belangrijk uitgangspunt. Toch trok de wetgever met de B2B-wet van 4 april 2019 een duidelijke grens. Sinds 1 december 2020 kunnen ook ondernemingen zich beroepen op bescherming tegen clausules die een kennelijk onevenwicht creëren tussen de rechten en plichten van partijen.
De wet werkt daarbij met drie categorieën:
- een algemene toetsingsnorm (artikel VI.91/3, §1 WER)
- een zwarte lijst (art. VI.91/4 WER), met clausules die altijd verboden zijn
- een grijze lijst (art. VI.91/5 WER), met clausules die vermoed worden onrechtmatig te zijn, tenzij men kan aantonen dat ze toch evenwichtig zijn in de concrete context
Drie herkenbare voorbeelden uit de B2B-zwarte en grijze lijst:
“Enkel leverancier X is bevoegd om de bepalingen van deze overeenkomst te interpreteren.”
Een onderneming mag zichzelf niet het exclusieve recht geven om te bepalen hoe een contract moet worden uitgelegd. Zo’n clausule staat op de zwarte lijst van Artikel VI.91/4 WER en is altijd nietig.
“De klant doet onherroepelijk afstand van elk recht om de overeenkomst gerechtelijk te betwisten.”
Een onderneming mag haar contractspartij niet verbieden om naar de rechter te stappen of een vordering in te stellen. Deze clausules zijn absoluut verboden onder de zwarte lijst.
“De leverancier behoudt zich het recht voor om de prijs op elk moment eenzijdig te wijzigen, zonder motivering.”
Een onderneming mag de voorwaarden van een overeenkomst niet zomaar eenzijdig aanpassen zonder geldige reden. Zo’n clausule staat op de grijze lijst van Artikel VI.91/5 WER en wordt vermoed onrechtmatig te zijn, tenzij men kan aantonen dat ze in de concrete context toch evenwichtig is.
Onrechtmatige bedingen: sommige clausules botsen overal op rood licht
Daarnaast zijn er ook clausules die zowel in B2C als in B2B op harde wettelijke grenzen stuiten. Denk bijvoorbeeld aan een beding met een volledige uitsluiting van aansprakelijkheid, of aan een indexatieclausule die niet conform de wet van 30 maart 1976 op de economische herstelmaatregelen wordt uitgewerkt.
En dat zijn lang niet de enige aandachtspunten. De lijsten met verboden en risicovolle clausules zijn lang en complex, kleine formuleringen maken een groot juridisch verschil. Zorgvuldig afgestemde, correcte algemene voorwaarden én een regelmatige juridische check-up zijn dan ook geen overbodige luxe.
Een advocaat inschakelen voor het verfijnen van uw contracten en algemene voorwaarden? NOMA helpt u graag op weg. Contacteer ons gerust voor een kennismakingsgesprek.
Faire appel à un avocat spécialisé?
L'équipe de NOMA est à votre disposition pour vous fournir des conseils spécialisés et un accompagnement sur mesure dans un cadre confidentiel!
N'hésitez pas à nous contacter pour une consultation personnelle dans nos bureaux de Bruxelles, Bruges ou Courtrai.
Des conseils juridiques en route ?
Bienvenue sur Law by NOMA, un regard lucide sur l'actualité juridique. Dans ce podcast, les avocats de NOMA partagent leur expertise. Pratique, accessible et concret, ce podcast s'adresse aux entrepreneurs et aux entreprises ambitieuses.